uit de praktijk

Interview: Ik voel me gezien


Lees hier het interview met twee maatjes: Nicole en Marisa*.


Vandaag heb ik een interview met Marisa en haar maatje Nicole. Sinds januari dit jaar zijn ze aan elkaar gekoppeld via het maatjesproject van stichting De Haven. Samen zitten ze op de bank in de zitkamer van De Haven. Ze lachen en praten met elkaar in rap Spaans. Ik kan zien dat de twee vrouwen het goed met elkaar kunnen vinden.

We hebben het over de vraag wat het voor Marisa betekent dat ze een maatje heeft. Maar eerst gaan we terug naar een donkere periode in Marisa’s leven.

 “Via een vriendin kwam ik in de prostitutiestraat in Den Haag. Ik woonde met mijn dochtertje in Spanje maar door de crisis en mijn scheiding zat ik in de financiële problemen. De eerste dag dat ik achter het raam stond, moest de politie komen. Ik had ruzie met een klant omdat ik niet wilde doen wat hij me vroeg. Het is niet normaal dat een man aan je zit omdat hij ervoor betaald heeft.” Hoewel deze periode inmiddels jaren achter haar ligt, huilt Marisa als ze erover vertelt. Nicole pakt haar hand beet en luistert stil terwijl Marisa verder praat. “Ik voelde me zo verschrikkelijk vies. Ik deed een kussen voor mijn lichaam zodat mijn lichaam niet het lichaam van de man zou raken. Ik zei steeds: ‘Dit werk is niet normaal’, maar de andere vrouwen wilden dat niet horen. Ik hield afstand van hen en zij van mij. Na elke klant bad ik: ‘God help me om hier weg te gaan’. Regelmatig kwamen de Havenwerkers. Andere vrouwen hielden de boot vaak af, maar ik vond het juist fijn als ze kwamen”

Marisa schaamt zich vanwege haar werk, niemand mag weten dat Marisa als prostituee werkt. Zelfs haar eigen moeder niet. Het gevolg is dat ze nauwelijks sociale contacten heeft buiten haar werk om. Ook haar eigen dochter mag niet te weten komen wat ze doet om de kost te verdienen. Marisa is eenzaam en kwijnt weg.

“Op een dag kreeg ik een klant. Toen hij binnen was, keek hij me aan en zei: ‘Jij hoort hier niet. Je moet ermee stoppen.’ Zijn geld hoefde hij niet terug. Toen hij weg was heb ik alles wat met mijn werk te maken had opgepakt en in de prullenbak gesmeten. Huilend ben ik naar huis gegaan.”

Marisa houdt contact met De Haven maar het is moeilijk om het pand binnen te gaan omdat het aan haar oude werk herinnert. Het maatjesproject is een enorme steun in de rug voor Marisa. “In de straat was ik onbelangrijk. Ik werd behandeld als een ding. Als je ervoor betaalt, mag je vragen wat je wilt. Een maatje was iemand uit de ‘gewone’ wereld. Door Nicole voel ik me weer belangrijk. Ik krijg weer zelfvertrouwen en weet: ik mag er zijn.”

Voor Nicole is het maatjesproject ook heel waardevol: “Het opent mijn ogen en mijn hart, en ik leer hoe je iemand een op een goed leert kennen en kan helpen. Ik wist dat ik er heel veel zou van groeien als persoon, maar vooral in mijn relatie met God. We kunnen ook samen over God praten. Ik ben erg dankbaar voor projecten zoals dit. 

Marisa’s problemen zijn nog niet voorbij. Ze moet rondkomen van een uitkering en haar dochter heeft een kindje terwijl ze nog op school zit. Onbetaalde rekeningen, geen geld om luiers te kopen. Dit geeft veel stress. Toevallig vangt Marisa een telefoongesprek op van haar dochter. Bijna overkomt haar dochter hetzelfde lot. Maar nu kan Marisa haar dochter waarschuwen en dat doet ze ook. En het grootste verschil is dat Marisa een netwerk om zich heen heeft. Mensen zoals Nicole die naar haar luisteren en voor haar bidden. Die haar soms letterlijk bij de hand nemen.

* Vanwege privacy is deze naam gefingeerd.

** Dit interview is eerder verschenen in de Havenpost oktober 2018.